Overslaan en naar de inhoud gaan

De grensfietserseenheid van Lanaken

Het was in de maand maart 1934 dat in het kamp van Beverlo vrijwilligers toekwamen uit alle delen van het land teneinde over te gaan tot de vorming van nieuwe eenheden: Grensfietserseenheden.
Generaal De Krahe had de opdracht ontvangen deze militaire, die uit verschillende regimenten kwamen, klaar te stomen om hun latere speciale opdracht te vervullen.
6 maanden lang zou hun opleiding duren.
De oefeningen bestonden erin deze soldaten klaar te maken om hun opdrachten, in en rondom de bunkers aan de grens te kunnen uitvoeren.
Er was iets avontuurlijks verbonden om toe te treden tot deze eenheden die kortweg Grenswacht werd genoemd.
Het avontuurlijke voor deze vrijwilligers bestond hoofdzakelijk uit twee delen:
eerstens dienden men de verbintenis aan te gaan om de eerste 3 jaar niet in het huwelijk te treden en secundo zou men bij een gebeurlijke aanval moeten trachten weerstand te bieden aan de vijand teneinde aan de binnenlandse strijdkrachten de tijd te geven zich klaar te maken.
3 dagen zou men weerstand moeten bieden en dit vanuit de bunkers die langsheen de grens lagen en onderverdeeld waren in :

  • Hoofdbunkers gelegen op de hoofdtoegangswegen en sluizen,
  • Bunkers van het watervlak gelegen aan deze oever van het kanaal,
  • Vooruitgeschoven bunkers zoals bv. Aan de maas,
  • Kleine bunkers om met hun vuur dode hoeken te bestrijden.

De veelzijdigheid van de opleiding moest de grenswachter toelaten zowel bij dag als bij nacht zijn opdracht te vervullen.
Tevens moest elk onderofficier het brevet van vuurwerker bezitten teneinde bruggen te kunnen laten springen en bij middel van springstof versperringen aan te legen.

groepsfoto van klas onderofficieren tijdens hun curses van vuurwerker in het kamp van Beverlo
een klas onderofficieren tijdens de cursus van vuurwerker in het kamp van Beverlo

Eenmaal aan de grens gelegerd zouden deze troepen dagelijks verkenningstochten moeten doen en gedurig de wacht aan de bunkers moeten verzekeren.
Deze noodzaak leidde ertoe dat deze soldaten een persoonlijk voertuig ontvingen: de fiets.
Daaruit de naam grensfietserseenheden.
Deze fiets droeg op het achterste spatbord een volgnummer waaraan de grenswachter zijn stalen ros kon herkennen.
In de fietsgarage diende hij steeds dezelfde plaats te bezetten.
Als verlichting gebruikte men een Karbietlamp, daar deze toeliet, zelfs bij nachtelijke stilstand, licht te hebben om de te volgen weg op de kaart te kunnen overzien.
Aan de pakdrager achter het zadel werden in de tassen de uitrustingsvoorwerpen meegevoerd.
zijn wapen droeg de grenswachter over zijn schouder of aan zijn gordelriem.
Munitie in de patroontassen en ondersteund door schouderriemen.
Op het hoofd droeg hij een alpenmuts of helm.
Nieuwe driloefeningen met de fiets diende aangeleerd en bevelen zoals: opstijgen-mars, afstijgen-mars, sectie rechtsom en fietsen in bundels zullen de oudgedienden nog wel vertrouwelijk in de oren klinken.
Generaal De Krahe vergde van zijn manscheppen of het nu officieren, onderofficieren, korporaals of soldaten betrof, een ijzeren tucht.
De legerplaats in het kamp van Beverlo was zelfs met een draad afgemaakt om contact met anderen eenheden te beletten tijdens de lessen en oefeningen.
Werkelijk, de opleiding was hard, zeer hard. In één woord: deze jongens werden opgeleid tot keurtroepen.

Groepsfoto van vrijwilligers die uit alle delen van het land toekomen om grenswachter te worden
Zo kwamen de vrijwilligers toe uit alle delen van het land. Nog zijn de toekomstige grenswachters niet volledig in kledij